15 januari 2015

Hoe de rozenkrans de Filipijnen redde

In de 16e eeuw werd het katholieke geloof door vele katholieke missionarissen in Azië verspreid.
Terwijl in de rest van Azie de valse godsdiensten (zoals het hindoeïsme en boeddhisme bijvoorbeeld) zich in het algemeen hevig verzetten tegen de vestiging van het katholicisme, en er de oorzaak van waren, dat het bloed van de martelaren overvloedig vloeide, was de bekering van de Filipijnen een gebeurtenis zonder zijn gelijke in de geschiedenis: in 40 jaar (van 1565 tot 1605), zonder dat er een enkele missionaris vermoord was, werd het land een voorbeeld voor het christendom, dankzij de Spanjaarden. Voor de Kerk werd het een basis, waaruit legioenen van missionarissen op reis gingen om de andere landen van Azië te evangeliseren en te brengen tot de vreugde van het geloof.

Op 15 maart 1646 kwam er een afvaardiging van vijandig gezinde Nederlandse protestantse schepen, een formidabel leger, aan in de grote haven van Manila. (De komst van een protestants Nederlands leger naar de katholieke Filipijnen was een groot gevaar. In 1657 begonnen de Hollandse protestanten in Ceylon (Sri Lanka) namelijk het christendom kapot te maken, dat daar door de heilige Franciscus Xaverius gegrondvest was. Kerken werden vernield en de priesters en gelovigen werden vermoord. Vijftigduizend christenen moesten het oerwoud invluchten, waar het katholicisme 150 jaar in het geheim kon overleven. De recent door paus Franciscus heiligverklaarde priester Jozeph Vaz moest zich bijvoorbeeld als bedelaar verkleden om de katholieken in het geheim de Sacramenten toe te kunnen dienen. Om het geloof nog vollediger te vernietigen lieten de protestanten boeddhisten uit Siam komen om het boeddhisme weer in Sri Lanka te planten, waar het bijna uitgestorven was. De Hollandse protestanten bouwden tempels voor hen en gouden Boeddha's.) De Spanjaarden en de Filipino's waren van hun stuk gebracht, omdat zij slechts twee handelsschepen - La Encarnación (De Menswording van Christus) en El Rosario (De Rozenkrans) - tot hun beschikking hadden, die zij haastig zo goed als zij konden bewapend hadden. Toen begon de dominicaner pater Johannes de Conca, de Rozenkrans te preken voor de matrozen en hij liet ze de rozenkrans afwisselend opzeggen op de bruggen van de twee schepen. De matrozen beloofden plechtig dat zij barrevoets op bedevaart zouden gaan naar het beeld van de O.L.Vrouw van de Rozenkrans in het dominicanerklooster in Manila, als ze zouden overwinnen. Van maart tot oktober liepen alle vijf de gevechten uit overwinningen voor de Filipijnen. Dit was menselijkerwijs onmogelijk! De protestantse schepen werden vernield, terwijl in de hemel een stem gehoord werd, die zei: "Lang leve het geloof van Christus en de Heilige Maagd van de Rozenkrans." De katholieken verloren slechts 15 van de 200 mannen. En de protestantse Nederlanders hadden zwaar verloren. De Filipijnen waren gered bleven binnen de Kerk.

Een buitengewone verspreiding van de Rozenkrans had daarna plaats in heel het land, dat volgens de uitdrukking van paus Pius XII "Het koninkrijk van de H. Rozenkrans" werd. Als dankzegging gaat er ieder jaar, zelfs tegenwoordig nog, een enorme processie door Manila, met het beeld van O.L.Vrouw van de Rozenkrans, voorafgegaan door 21 versierde wagens met dominicaanse heiligen. Tweehonderdduizend mensen met kaarsen volgen de Madonna, en aan het eind van de plechtigheid worden de Filipijnen aan O.L.Vrouw toegewijd.



   - naar: pater Marie-Dominicus, O.P.